Dezentjé denkt... winterkou
Het is toch nog een echte winter geworden. Het vriest al ruim een week onophoudelijk en Nederland is massaal bevangen door Elfstedenkoorts. Dat het nog zeer onzeker is of de Tocht der Tochten er ook komt, doet daar niets aan af.
Het is echt koud en de lucht is helderblauw. Vanuit mijn warme
kantoor op de tiende verdieping van het FME-gebouw zie ik
schoorstenen roken. Logisch, want de verwarming draait met deze
temperaturen overal op volle toeren. Als voorvrouw van de
technologische industrie denk ik natuurlijk onmiddellijk aan de
techniek achter al die verwarmingsinstallaties. Wij hebben het warm
dankzij de ketelbouwers. En omdat zij steeds slimmere,
energiezuiniger ketels ontwikkelen (innovatie!) en bouwen, kunnen
we de energiekosten ook bij winterkou binnen de perken houden.
Hetzelfde geldt voor de bedrijven die energie-efficiënte duurzame
gebouwbeheerssystemen ontwikkelen. En wat te denken van de
ondernemingen die thermostaten, radiatorventielen, fittingen of
warmtepompen maken. Zonder hen zaten we met ons allen verkleumd
naar een torenhoge energierekening te kijken. Dank aan de
technologische industrie.
Maar het slaat me wel koud om het hart als ik zie hoe moeilijk
sommige van onze leden het hebben. Zo was daar gisterochtend het
nieuws dat Mitsubishi zich terugtrekt uit Nedcar. Het is doodzonde
dat zo’n modern en goed geoutilleerd bedrijf, een icoon voor
Limburg en voor heel Nederland, terzijde wordt geschoven, samen met
de 1.500 mensen die daar vaak al vele jaren en met hart en ziel
werken.
Vanuit de politiek klinkt dan al heel snel de roep om
‘industriebeleid’ – hoe behouden we dit bedrijf, dat zo belangrijk
is voor de werkgelegenheid in Limburg? Minister Verhagen heeft
zelfs aangekondigd naar Japan te zullen afreizen om te zien wat er
nog te redden valt.
Dit incident – laat ik het maar zo noemen – sterkt mij in de
overtuiging dat juist in deze tijd van economische uitdagingen een
offensief innovatiebeleid op terreinen waarop Nederland sterk is,
van het grootste belang is. Ik heb het dan over de topsectoren.
Bedrijven hebben de afgelopen maanden zelf aan het roer gestaan om
de randvoorwaarden en vereisten voor topsectorenbeleid vast te
stellen. Ook de automotive industrie behoort tot die topgebieden.
Het is een sector die buitengewoon innovatief is en voorgesorteerd
staat om ook in de toekomst succes te blijven boeken. Ik kan mij
dan ook goed voorstellen dat Nedcar – met haar moderne
assemblagetechnieken – deel blijft uitmaken van deze mooie sector.
Niet omdat we koste wat kost een bedrijf moeten redden; ik geloof
niet in subsidies van de overheid om individuele bedrijven overeind
te houden. Wél geloof ik in de vereende krachten van
bedrijfsleiding, vakbonden én overheid om de potentie van dit
bedrijf te onderstrepen om tot een zinvolle doorstart te komen.
Born ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens. En we weten
dat de automotive sector bij onze Oosterburen een bloeiperiode
doormaakt, in het bijzonder de markt voor kleinere auto’s. De
berichten dat BMW uitbreiding zoekt van productiecapaciteit voor de
Mini biedt mogelijkheden voor Nedcar. Ik hoop van harte dat de
Beiersche Automobielfabrikant oog heeft voor de kwaliteit die in
Born wordt geleverd. En ik ben alvast BMW gaan rijden!

Ik heb oprecht spijt van mijn keuze 3 jaar geleden af te zien van Volvo. Lessons learned.
Vandaag in de Rotterdamse haven met trots 3 toonaangevende bedrijven in Shiprepair, topsegment Nederlandse Staalbouw en innovatieve bedrijfsschool bezocht, waar de gevoelstemperatuur zeer laag was maar de liefde voor innovatief vakmanschp hoog. We kunnen simpelweg niet al onze kinderen opleiden tot manager. Beter is ze te begeleiden en sturen op ondernemerschap en employability, waardoor de balans in verwachtingen en reeele toekomstverwachtingen wordt hersteld.